
Opheffen Waterschappen zet geen zoden aan de dijk
In politiek Nederland klinkt de laatste tijd steeds vaker het geluid om de waterschappen als aparte overheid op te heffen. Vaak niet gehinderd door enige kennis van zaken zijn er partijen die menen te kunnen scoren met een dergelijk voorstel. Ook provincies, die de hete adem in hun nek voelen om zelf als middenbestuur te worden opgeheven bij bestuurlijke herindeling, zien hierin een kans om hun positie te versterken en hun bestaansrecht te verzekeren.

Gretig grijpen sommige provincies deze gelegenheid aan om pogingen te doen de waterschappen als uitvoeringsdienst in te lijven. Het zou leiden tot minder bestuurlijke drukte en een bijdrage moeten leveren aan de bezuinigingsopgave van 29 miljard euro waarvoor de rijksoverheid gesteld staat. Niets is minder waar. Het opheffen of onderbrengen van de waterschappen bij de algemene democratie levert niet of nauwelijks iets op en kan desastreuze gevolgen hebben voor Nederland BV. Hoog tijd derhalve voor een onderbouwd tegengeluid.
Van oudsher zijn de waterschappen verantwoordelijk voor het regionale waterbeheer in ons land. We kunnen bogen op een rijke traditie, waar we als Nederlanders met recht trots op mogen zijn. De 26 waterschappen die ons land vandaag de dag kent hebben de zorg voor drie kerntaken: waterveiligheid, het juiste waterpeil en schoon oppervlaktewater. Dit behelst onder meer het beheer en onderhoud van de dijken, watergangen, de bemaling van diepe polders en het zuiveren van huishoudelijk en bedrijfsmatig afvalwater. Bepaald geen sinecure in een dichtbevolkt land als het onze, waarvan circa 25% onder zeeniveau ligt en zo’n tweederde deel dusdanig laag gelegen is dat er sprake is van een reëel risico op overstroming.
Toch staan we bekend als de veiligste delta ter wereld. In het buitenland is men veelal jaloers op de unieke wijze waarop we het waterbeheer in Nederland georganiseerd hebben. Wat maakt ons zo uniek? Dat zit ‘m vooral in het feit dat we in Nederland een aparte overheid hebben, een zogenaamde functionele democratie, die zich uitsluitend met regionaal waterbeheer bezighoudt en een eigen belastingheffing kent. We hoeven geen afweging te maken tussen bijvoorbeeld de renovatie van een gemaal of het bouwen van een nieuwe sporthal. Iets wat doorgaans politiek en maatschappelijk toch beter scoort. In andere landen, waar het waterbeheer is ondergebracht in de algemene democratie, geprivatiseerd dan wel versnipperd is en geen eigen belastingdomein kent is goed waterbeheer dan ook vaak het kind van de rekening. Teveel mensen op deze planeet ondervinden vrijwel dagelijks de nadelige gevolgen van teveel, te weinig of te vervuild water. En niet alleen in ontwikkelingslanden. Ook in Westerse landen speelt dit.
Neem bijvoorbeeld de overstromingen in New Orleans na de orkaan Katrina. De ingenieurs van het “ US Army Corps of Engineers” hadden al in de jaren 60 van de vorige eeuw de plannen klaar liggen om de stad op een adequate wijze te beschermen tegen orkanen en overstromingen. Vanwege politieke conflicten en het niet beschikbaar stellen van de noodzakelijk middelen, werden de plannen echter nooit uitgevoerd. Totdat de ramp zich voltrok. Ook dichter bij huis reageert men vaak pas na een ramp. Na de grote overstromingen in Engeland van de afgelopen jaren en de recente overstromingen in Frankrijk stonden verantwoordelijke functionarissen al snel in Nederland op de stoep om van ons te leren hoe het anders kan. Waterbeheer is overigens een van onze belangrijkste exportproducten. Als we in eigen land het waterbeheer in de waagschaal stellen door waterschappen af te schaffen, worden vele Nederlandse bedrijven die kennis en technische expertise aan het buitenland leveren, in hun kielzog meegezogen.
Qua beeldvorming over de waterschappen valt er nog heel wat bij te stellen en is er in eigen land nog een wereld te winnen. Dit kunnen we ons als waterschappen wel aantrekken. Te lang hebben de waterschappen vrijwel onzichtbaar op de achtergrond hun werk gewoon goed gedaan en onvoldoende aan de weg getimmerd. En onbekend maakt nu eenmaal onbemind. Waterschappen moeten zich ontdoen van het oubollige, stoffige imago en zich veel sterker profileren als de innovatieve, doelmatige en deskundige overheid die ze heden ten dage zijn.
Resteert het veelgehoorde argument dat waterschappen een dure bestuurslaag zijn en er veel te besparen valt door ze op te heffen. De bestuurskosten van alle waterschappen tezamen (dijkgraven, dagelijkse en algemeen bestuurders, inclusief ondersteuning) bedragen 23 miljoen Euro per jaar. De Commissie Kalden die momenteel de mogelijkheden voor bestuurlijke herindeling bestudeert zoekt naar 1,5 miljard Euro aan bezuinigingen. 23 miljoen Euro zet dus niet veel zoden aan de dijk, afgezien nog van de kosten die gemoeid zullen zijn met een herindeling. Op zichzelf al geen gemakkelijke opgave want waterstaatkundige grenzen vallen doorgaans niet samen met provinciale grenzen. Daar komt nog bij dat het aantal ambtenaren niet zal verminderen, want hoe je het ook organiseert, de specifieke deskundigheid op watergebied, blijf je nodig hebben.
Bij de waterschappen werken nu 10.500 mensen, oftewel 1% van het totale ambtenarenapparaat in Nederland. Ook hier dus geen winst te behalen. En zijn onze bestuurders duur? Had u enig idee dat een algemeen waterschapsbestuurder 425 Euro per maand verdient en een dagelijks bestuurder 50% van het salaris van een wethouder van een middelgrote gemeente? Er zijn beter betaalde bestuursbanen denkbaar..
Met de recente ‘actie Storm’ hebben de gezamenlijke waterschappen in slechts een paar maanden tijd een eigen voorstel gelanceerd aan het Ministerie van Verkeer & Waterstaat om de rijksoverheid met 100 miljoen euro te ontlasten door overname van de financiering van het Hoogwaterbeschermingsprogramma vanaf 2011. Dit is momenteel de enige geldstroom die van het rijk naar het regionale waterbeheer vloeit. Daarnaast zijn er onderbouwde plannen gemaakt om tenminste eenzelfde bedrag aan inverdieneffecten te genereren teneinde de tarieven voor de burgers en bedrijven niet te laten stijgen. Dit kan onder meer door verdere opschaling en samenwerking.

De grootste besparingen, oplopend tot 200 miljoen per jaar, zijn te realiseren door een koppeling van het gemeentelijke rioleringsbeheer en de zuiveringstaak van de waterschappen. De Gemeenten en waterschappen zijn hierin elkaars natuurlijke partners en willen gezamenlijk voor dit maatschappelijke voordeel gaan. Ook op het gebied van de belastingheffing naar burgers. De provincies worden gerespecteerd en gewaardeerd als gebiedsregisseur van ruimtelijke ontwikkelingen en als toezichthouder van de waterschappen. Dubbele inspanningen ten aanzien van de waterplanvorming moeten wel worden voorkomen. En dan is het nu afwachten wat er met de plannen na de val van het kabinet en met de verkiezingen van een nieuw kabinet voor de deur in politiek Den Haag wordt gedaan. En hoe de bestuurlijke herindeling uitpakt. Tot nu toe hebben de waterschappen turbulente tijden altijd goed doorstaan. Zelfs Napoleon, die het liefst alles onder centraal gezag bracht, begreep toen hij ons land in 1795 innam, dat hij de decentrale waterschapsstructuur in tact moest laten.
Hopelijk hebben de politiek verantwoordelijke bestuurders van nu de wijsheid om iets dat goed functioneert niet af te breken. Laten we onze waterveiligheid, die wereldwijd geroemd wordt, niet in de waagschaal stellen. Zeker gezien de uitdagingen ten gevolge van klimaatveranderingen waar we de komende jaren voor gesteld staan. Bovendien zet het, zoals eerder uitgelegd, geen zoden aan de dijk.
Lida Schelwald-van der Kley, is heemraad (dagelijks bestuurder) Waterschap Zuiderzeeland en tevens milieuconsultant in binnen-en buitenland en auteur van het boek “Water, a way of life”, waarin de relatie tussen water en cultuur wereldwijd centraal staat.
(Geplaatst op 1 april 2010).
© Het Waterschapshuis - Promotie Vrouwelijke Bestuurders